Ieder jaar houdt iedere fractie in de gemeenteraad een beschouwing over het afgelopen jaar en wat ze daarmee doet voor het komende jaar.
Voor onze fractie is het een moeilijke tijd geweest. We zijn verdrietig over het vertrek van Bert. We missen hem als wethouder, maar ook als mens. Het heeft ons veel stof tot nadenken gegeven. Soms is het goed om eens op afstand naar zaken te kijken.
Wat zijn wij voor raad?
We zijn hier allemaal met de beste intenties om onze gemeente een stukje beter en mooier te maken. We zitten hier vanuit idealisme, met zorgen en passie. We botsen soms op inhoud en dat is prima. Maar we zijn ook druk met onszelf en het proces, bezig met de waan van de dag, willen scoren, gaan veel te veel op de uitvoering zitten en laten ons soms leiden door oud zeer.
Maar realiseren we ons welke invloed dit heeft? Op ons als raadsleden en het college? Op de ambtelijke organisatie? En welke indruk wij maken op onze samenleving? Wij zijn nota bene het belangrijkste orgaan van onze gemeente! Misschien moeten we eens nadenken over wat voor raad we willen zijn.
Dit is niet een onderwerp om nu discussie over te voeren, maar een oproep om onszelf als raad een spiegel voor te houden en na te denken hoe we dit kunnen veranderen.
Onze fractie is erg blij met de komst van Henk. En we denken dat hij met zijn kennis, rust en frisse blik een welkome aanvulling is voor onze gemeente. Dat hebben we ook wel nodig, want we verwachten dat we de komende tijd pittige beslissingen moeten gaan nemen met het ravijnjaar voor de deur. We snappen daarom de keuze van het college om de prioriteitennota op te splitsen in een A- en een B-lijst. We kunnen ons echter niet in alle keuzes vinden.
Een van onze kroonjuwelen in de coalitie is de leefbaarheid van het platteland. Dat is heel breed, maar de voorzieningen in de kernen zijn een belangrijk speerpunt. Daar hoort ook een goed functionerend dorpshuis bij, waar verenigingen terecht kunnen, activiteiten worden georganiseerd en waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Zeker als we kijken naar de toekomst waarin we steeds meer vergrijzen, wordt het dorpshuis alleen maar belangrijker. Wij willen dan ook prioriteit geven aan de plannen rond d’Olde Schole in Terwolde.
Het ziet er naar uit, dat we met de begroting voor belangrijke keuzes komen te staan. Er zal minder geld vanuit het gemeentefonds onze kant op komen en de plannen van de toekomstige regering zien er voor de gemeenten niet rooskleurig uit. Toen Glimina Chakor van GroenLinks-PvdA vorige week in de Tweede kamer een debat aanvroeg over de problemen van gemeenten en het ravijnjaar, vonden de coalitiepartijen PVV, VVD, NSC en BBB dit niet nodig. Blijkbaar is de regio toch niet zo belangrijk.
Wat gaan we doen? Volgen we het advies van de VNG? Gaan we op andere punten bezuinigen? Verhogen we de inkomsten via de WOZ en het meer kostendekkend maken van leges? Of kiezen we ervoor om de begroting niet sluitend te maken? We gaan er de komende tijd graag met u over in gesprek.
Maar moeilijke tijden leiden ook vaak tot andere inzichten en creatieve oplossingen.
We kunnen in plaats van bedreigingen ook kansen zien in de ontwikkelingen in de regio. Voorst als Groen Hart in de verstedelijkte omgeving. Zo zijn wij erg blij met de uitgangspunten die we als raad hebben opgesteld voor Voorst, waarin water en bodem sturend zijn, het landschap een belangrijke rol speelt en waarin we op zoek gaan naar 200-400 ha grond voor woningbouw en extra natuur.
We kunnen meer initiatieven uit de samenleving stimuleren en ondersteunen. Zo zijn wij erg gecharmeerd van de Smart Energy Hub in Teuge.
En we kunnen gebruik maken van het uitdaagrecht, waarin inwoners uitgedaagd worden om taken van de overheid over te nemen. Bijvoorbeeld als zij denken dat het anders, beter, slimmer of goedkoper kan. Dit wordt binnenkort ook een verplicht onderdeel in de participatieverordening.
Wij blijven ons als PvdA-GroenLinks in ieder geval sterk maken voor onze sociale en groene waarden, ook in financieel mindere tijden.
